artikel

Belevingsgerichte zorg: zet eigen normen en waarden weg

Ambiance

In de zorgcampagne van Philadelphia is Belevingsgerichte zorg voor de oudere cliënten een van de hoofdthema’s. Erwin Schenzel, implementatiemanager Belevingsgerichte zorg: “Vanaf het moment dat een cliënt bij ons komt, zijn we aan het observeren om een zo goed mogelijk beeld te krijgen: waar wordt iemand blij van? Het lijkt in eerste instantie alsof het meer tijd kost, maar het levert uiteindelijk meer tijd op, evenals vele mooie contactmomenten.”

Belevingsgerichte zorg: zet eigen normen en waarden weg
Erwin Schenzel, Philadelphia

Wat is het idee achter belevingsgerichte zorg?

Belevingsgerichte zorg is eind jaren negentig door Cora van der Kooij ontwikkeld voor de ouderenzorg. Het gaat er in eerste instantie om dat de medewerker zich bewust wordt van zijn eigen belevingswereld en daardoor beter naar de belevingswereld van de cliënt kan kijken. Wij zijn er erg goed in om anderen in te vullen. De kunst is juist om de eigen normen en waarden weg te zetten en dan bewust de vraag te stellen wat een cliënt nu echt wil en hoe we daar zo goed mogelijk aan kunnen voldoen.”

Om wat voor wensen en behoeften gaat het?

“Er verblijft bij ons bijvoorbeeld een meneer die in het verleden bij zijn ouders op het boerenbedrijf rondliep. En die nu één keer per maand naar een boer gaat en dan even op de tractor mag zitten. Dat lijkt weinig, maar hij is er wel mee geholpen. Hij ziet er telkens erg naar uit en er hangt een foto van die tractor op zijn kamer. Zo leeft het voor hem voort. En als medewerker heb je ook iets om over te praten.

Vanaf het moment dat een cliënt bij ons komt, zijn we aan het observeren om een zo goed mogelijk beeld te krijgen: waar wordt iemand blij van? Het gaat ook om kleine dingen: wat betekent een aanraking, een knipoog? Zit iemand graag op een bepaalde plek? Of je kunt erachter komen dat iemand ’s ochtends bij het wakker worden heel graag een bepaald muziekje wil horen. Het kan zijn dat iets ’s ochtends goed werkt maar ’s middags juist niet, omdat de stemming van de cliënt dan anders is. Dat is een kwestie van experimenteren.”

Hoe leren de medewerkers om zo te werken?

“Ze krijgen een training van vier dagdelen. We hebben intern een aantal mensen opgeleid om de trainingen te geven. Ik ga dit zelf ook doen. Er is één dagdeel over de belevingswereld van de cliënt, waarbij ook dementie aan bod komt. Bij onze cliënten heb je die symptomen niet altijd in de gaten omdat zij een verstandelijke beperking hebben. Een ander dagdeel draait om de belevingswereld van de medewerker. Een derde dagdeel sta je stil bij de methodieken die er zijn. En er is een dagdeel gewijd aan de familie en vrijwilligers, want zij moeten er ook in meegaan.


‘Tijd hoeft niet altijd geld te kosten’


Naast de training hoort ‘het beraad’ erbij: een terugkerend overleg dat drie kwartier tot een uur duurt en waarin één cliënt besproken wordt. We beschrijven deze cliënt en staan erbij stil wat diegene met jou als medewerker doet. Bijvoorbeeld dat je het lastig vindt om met iemand om te gaan omdat hij zo snel boos is. Dan kun je elkaar tips en advies geven. En het biedt de gelegenheid om mooie contactmomenten te delen.”

Kost dit allemaal niet te veel tijd en dus geld?

“Tijd hoeft niet altijd geld te kosten. Tijdens de zorguren kun je al belevingsgericht met een cliënt omgaan. Het gaat erom kritisch naar je tijd te kijken. Als je het belangrijker vindt om met een cliënt te gaan wandelen in plaats van de was te strijken, kun je proberen te regelen dat een ander het strijken overneemt. Inventief zijn in het zoeken van oplossingen. Maar keuzes maken in de zorg is lastig, ook omdat we erg taakgericht opgeleid zijn. Er gaan bijvoorbeeld erg veel cliënten naar een dagcentrum op een andere locatie. Het busje voor hen komt om 9.00 uur. Dat geeft heel veel stress.

belevingsgerichte zorg voorbeelden

Waarom zouden we dat stressmoment niet wegnemen door de cliënt thuis te laten en zo beter aan te sluiten bij diens tempo en ritme, waarbij hij of zij ook een keer kan uitslapen? Er zijn cliënten van 70+ die nog elke dag naar een dagcentrum gaan en die zeggen ‘dat ze naar hun werk gaan’. Het is voor medewerkers moeilijk om dit soort zaken los te laten, zeker voor mensen die al erg lang bij ons werken. De trainingen zijn bedoeld om een spiegel voor te houden: wat ben je aan het doen en waarom ben je dat aan het doen?”

Is elke wens te realiseren?

“Nee, het is niet ‘U vraagt en wij draaien’. We beoordelen ook wat goed is voor mensen en stimuleren de zelfstandigheid. Onze cliënten hebben ermee leren omgaan dat ze afhankelijk zijn. Sommigen zijn dan ook niet positief als we iets van hen vragen. Maar het is niet goed voor iemand als hij alleen nog maar in een stoel zit en inactief is. Een mooi voorbeeld: ik ken iemand die het leuk vindt om liedjes te zingen. Maar hij vindt het niet leuk om van de groep af te gaan. Wat we dan doen is hem toch overhalen: even een drempel over en dan heeft hij daarna een fantastisch halfuur. Dus soms moet je ook iets doorbreken.

Bij de maaltijden betrekken we cliënten veel meer dan eerst. Bij het menu bepalen, het eten koken, de tafel dekken en alles eromheen. We hebben meer oog voor wat een cliënt lekker vindt. Als iemand ’s avonds graag een glas cola drinkt; waarom niet? De diëtist kan een andere mening hebben en soms moet je ook opletten dat iemand niet te zwaar wordt, ook omdat het anders niet meer prettig bewegen is. Dus er zit altijd een andere kant aan het verhaal.”

Wat levert de belevingsgerichte zorg tot nu toe op?

“We kunnen al zien dat de cliënten een stuk vrolijker en blijer zijn en dat ze meer dingen omhanden hebben die beter bij hen passen. We weten dat door met ze te praten en te vragen of ze het hier leuk vinden. We denken iets heel moois in handen te hebben, maar dat moet ook onderzocht worden. Momenteel doet een medewerkster promotieonderzoek naar de effecten. Dit loopt de komende tijd nog.


‘We hebben nu een wachtlijst voor de trainingen’


De medewerkers die al belevingsgericht werken zijn zeer tevreden. Ze zeggen hoe verruimend het is. Meer oog hebben voor wat een cliënt echt nodig heeft, is ook voor henzelf prettiger, want het is niet fijn als je weerstand krijgt van een cliënt. Het lijkt in eerste instantie wel alsof het meer tijd kost, maar het levert uiteindelijk meer tijd op. En het leidt tot veel meer mooie ogenblikken met de cliënt.”

Hoe ziet het vervolg eruit?

“Alle acht regio’s (zorg & wonen) zijn nu op drie of vier locaties met belevingsgerichte zorg bezig, evenals het landelijke cluster intensieve zorg. Als een olievlek wil ik het verder uit laten vloeien, waarbij ze bij elkaar in de keuken kunnen kijken. De vraag om mee te doen komt tot nu toe steeds vanuit de locaties zelf, dus het wordt niet van bovenaf opgelegd. Het verbaast mij hoeveel animo ervoor is; we hebben nu een wachtlijst voor de trainingen.

Mijn wens is om binnen vijf jaar alle locaties met ouderen zover te hebben dat ze met belevingsgerichte zorg bezig zijn. En dat we met het onderzoek dat we doen ook andere zorginstellingen over de drempel kunnen helpen. De verbeteringen borgen en belevingsgerichte zorg levend houden is wel een uitdaging. Wij gaan in elk geval elk jaar een follow-up organiseren.”


CV Erwin Schenzel

Geboren: 26-02-1965 te Doetinchem
Woonplaats: Dronten
Opleiding: Ziekenverzorging, MBO- Inrichtingswerk, HBO- Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (studierichting Gerontisch Werk), HBO- Verpleegkunde, Hoger Management Zorg & Welzijn, leergang Gedragskunde bij Dementie.
Huidige functie: sinds juni 2015 implementatiemanager Belevingsgerichte zorg bij Philadelphia, een landelijke zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Binnen Philadelphia wordt gewerkt binnen 3 clusters: Werk & Begeleiding, Zorg & Wonen en Intensieve Zorg.
Hobby’s: sport, muziek


> Lees ook Belevingsgerichte zorg: tips en voorbeelden uit de praktijk

 

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels