artikel

Kleinschalig wonen starten: niet verplegen, maar laten wonen

Ambiance

Gerke de Boer begon in 1971 als verpleegkundige in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Toen hij later voor Zorggroep Noorderbreedte werkte, was hij betrokken bij het starten van de eerste initiatieven voor kleinschalig wonen voor ouderen. Hij groeide uit tot specialist op dit gebied, legde zich toe op scholing en schreef vijf boeken rond dementie en zorg. Hoe start je kleinschalig wonen in de praktijk op? “Welzijn en een goed leven hebben nu de aandacht, maar we zijn er nog niet.”

Kleinschalig wonen starten: niet verplegen, maar laten wonen

Hoe heeft kleinschalig wonen zich ontwikkeld? 

Kleinschalig wonen is het antwoord op de toenemende onvrede die eind jaren tachtig ontstond. Mensen met dementie zaten in te grote groepen in vreselijke, kale hokken bij elkaar. We gingen ons steeds meer afvragen hoe we mensen die zo ziek zijn toch nog een goed leven konden laten leiden. We kwamen erachter dat de gewone, dagelijkse dingen zoals boodschappen doen en aardappels schillen ervoor zorgden dat mensen minder klachten hadden. Kortom: niet verplegen, maar laten wonen. Van een medisch model naar een woonmodel. We zitten nu nog in dit proces, we zijn er nog niet. Maar het is al enorm verbeterd. Het is vriendelijker en milder geworden en mensen worden niet meer alleen als zieken gezien. Welzijn en een goed leven hebben nu de aandacht.” 

Wat zijn de hobbels bij het invoeren van kleinschalig wonen? 

“Het is niet zozeer een punt om iets nieuws in te voeren, maar vooral om iets af te schaffen. Dat zorgt altijd voor heibel. Als je zegt dat je de bewoner en familie de regie laat voeren, vindt iedereen dat een fantastisch idee. Maar als dat betekent dat je de rol van bijvoorbeeld artsen en diëtisten minder groot maakt, gaan zij steigeren en komen ze met verhalen over wat er allemaal mis kan gaan. De gevestigde orde moet het nieuwe faciliteren en accorderen. Dat gaat ten koste van belangen en posities. Daar liep ik in de begintijd tegenaan en nu nog steeds. 

Vergeet niet dat de traditionele verpleeghuiszorg een buitengewoon geslaagde succesformule was, waarbij wij als hulpverleners bepaalden hoe het ging. Vanuit daadwerkelijke betrokkenheid overlegden we over oplossingen voor mensen. Maar een discussie over iemand die dagelijks veertig sigaretten rookt en drie glazen jenever drinkt, ziet er heel anders uit als daar artsen, diëtisten en verpleegkundigen over praten dan wanneer je dit gesprek met die bewoner gaat voeren. Als hij de regie krijgt, worden er andere keuzes gemaakt. Dus moeten deze beroepsgroepen nu heel anders tegen hun vak aankijken. De dokter moet aan de verzorgende uitleggen dat een bewoner mag roken, drinken, rondlopen.”  

Een andere mindset. Hoe krijg je dat voor elkaar? 

“Die manier van denken zal in de opleiding van verzorgenden veel meer een plek moeten krijgen. Je leert over het voorkomen en behandelen van gezondheidsproblemen, iets heel anders dan mensen hun eigen gang laten gaan. Het verschil tussen verplegen en laten wonen. Veel organisaties zeggen dat er kleinschalig gewoond wordt, terwijl de bewoners eigenlijk kleinschalig verpleegd worden. Daar gaat het wringen. Dan wordt er voor je gekookt, dan wordt de tafel gedekt.


“Ik heb liever dat er drie koks ontslagen worden en vier verzorgenden worden aangenomen”


Voor succesvol kleinschalig wonen moet je de centrale keuken afschaffen. Ik heb liever dat er drie koks ontslagen worden en vier verzorgenden voor worden aangenomen. Het idee van ‘uit eten in eigen huis’ vind ik een onzinnige gedachte. Ik ken geen huishouden waar je in je eigen huis uit eten gaat. Men probeert uit alle macht een werkplek in stand te houden terwijl het een woonplek is.” 

Speelt werkdruk ook een rol? 

“Zeker, het is een worsteling. Een gebrek aan tijd voor de gewone dingen is vaak een probleem. Een oplossing zou kunnen zijn om een maaltijd af te schaffen. Dan bied je bijvoorbeeld tussen 7.00 en 11.30 uur een lopend ontbijtbuffet, om een uur of drie ’s middags een kopje soep en ’s avonds om half zeven warm eten. Dat kan prima, want er wordt nu overdag te veel eten aangeboden. Om 18.00 uur zijn ze meestal klaar met eten en daarna krijgen ze 15 uur niets, tot de volgende ochtend 9 uur. Het is een moordend schema; met de beste bedoelingen, maar toch.  

Een ander probleem is dat mensen die in het verpleeghuis komen er steeds slechter aan toe zijn. De overheid wil mensen langer thuis laten wonen, maar beter zou zijn als de insteek is om ze zo goed mogelijk thuis te laten wonen. Maar dat is te duur. Mensen komen naar het verpleeghuis als de familie al volkomen bezweken is. Men is dan niet meer in staat om te wonen, ze kunnen alleen nog de zorg over zich heen laten komen.” 

Wat vindt u van de veelgehoorde suggestie: minder managers, meer handen aan het bed? 

“Ik ben het niet eens met het schelden op managers. Ik denk dat er te weinig managers zijn in de zorg. Op het moment dat je wilt overschakelen van traditionele zorg naar echte kleinschaligheid, heb je leidinggevenden nodig. Het idee van zelfsturende teams is fantastisch, maar succesvolle teams zijn het resultaat van een uitgekiend staaltje leidinggeven.

Kleinschalig wonen starten? De praktijk

Een scène uit mijn carrière: familieleden willen mij komen bedanken voor de zorg voor hun overleden vader. Op hetzelfde moment zit een vrouw te suffen en laat haar kopje thee over haar jurk weglekken. Tegelijk loopt een bewoner op een hete ketel af en de telefoon gaat. Ik ben in m’n eentje. Ik moet een afweging maken en ga als eerste naar de man die zich dreigt te branden aan de ketel. Vervolgens wil ik van mijn leidinggevende horen dat ik het goed gedaan heb. En niet dat ik die telefoon niet opgenomen heb, de familie niet te woord heb gestaan en die mevrouw haar jurk nat heb laten worden. Het vak zit tot de nok toe vol met dilemma’s. Kun je taakvolwassenheid vragen van mensen met een Mbo-opleiding?”  

Wat leert u mensen in de zorg? 

“Wat dementie is en hoe je mensen met deze ziekte kunt helpen om nog zo veel mogelijk hun eigen, vertrouwde leven te leiden. Ook belangrijk is de relatie van de medewerker met de bewoner. Irritaties en antipathie kunnen een rol gaan spelen. Het werk is een confrontatie met jezelf, met je collega’s en anderen. Hier is in de reguliere opleiding te weinig aandacht voor.” 

Welke randvoorwaarden maken een succes van kleinschalig wonen? 

“Een heldere visie, het accent op wonen, zorgen dat bewoners hun eigen gang kunnen gaan. Dus per individu kijken. Een beschuitje geven als men dat ’s ochtends gewend is. Dokters en psychologen moeten waarde toevoegen aan het leven; zij moeten over hun eigen overtuigingen heen stappen om een ander te helpen.  

We zijn het dode punt voorbij, maar de tradities van vroeger hebben nog veel aantrekkingskracht. Toch ben ik optimistisch, ook omdat ik in andere landen zie dat mensen met dementie überhaupt niet opgevangen worden, zoals in de VS. Je wilt ook niet dement gevonden worden in Duitsland, waar Herr Doktor de dienst uitmaakt. We doen het in Nederland fantastisch, door de bank genomen. Laten we niet vergeten: het is de dementie die ellende veroorzaakt, niet het verpleeghuis.”  


CV Gerke de Boer

Geboren: 1953
Woonplaats: De Wilgen
Opleiding: verpleegkundige
Vak: leraar verpleegkunde, trainer, auteur van boeken over dementie
Hobby’s: wielrennen, sauna, Terschelling


> Lees verder Kleinschalig wonen: hoe zorg je voor kwaliteit van leven?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels