artikel

‘Huidige zorg maakt mensen passief en afhankelijk’

Beleid

De zorg in Nederland maakt cliënten veel te afhankelijk en dat is niet goed voor hun welzijn. Dat zegt Phyllis den Brok, expert op het gebied van eten en drinken in de zorg. ‘Ze worden passief en nemen daardoor geen verantwoordelijkheid meer voor hun eigen leven.’

‘Huidige zorg maakt mensen passief en afhankelijk’

Waarom vind je dat de huidige zorg mensen afhankelijk maakt?
“In veel gevallen worden taken te snel overgenomen of hebben cliënten geen verantwoordelijkheid in het gehele proces van eten en drinken. Dit maakt dat ze passief worden en daarmee geen verantwoordelijkheid meer nemen voor hun eigen leven. Een voorbeeld zijn de huidige eetpunten. Mensen die hier een maaltijd komen nuttigen, doen dit vaak omdat ze het mogelijk lastig vinden om zelf te koken of boodschappen te doen. Dus komen ze, al dan niet met de taxi, naar het eetpunt om daar de maaltijd te nuttigen.”

Waarom is dat nadelig?
“Het gevolg is dat deze mensen veel minder gaan bewegen. Ze hoeven geen boodschappen meer te doen, boodschappen in huis op te bergen of groente te snijden. Hierdoor gaat niet alleen hun conditie erop achteruit maar ook hun fijnere motoriek. Tevens zijn ze mentaal veel minder actief: er is alleen keuze uit twee menu’s; ze hoeven niet meer zelf na te denken over wat te kiezen in de supermarkt, hoeveel iets kost, hoeveel er van nodig is, welke nieuwe producten er op de markt zijn, et cetera. Ook zijn er veel minder sociale contacten die door hen zelf actief onderhouden moeten worden zoals de buurman waar ze een boodschap voor meenemen, de kassajuffrouw en de vriendin die ze in de winkel tegenkomen.”

Je hebt onlangs een boek geschreven hierover. Waarom?
“Ik ben al jaren betrokken bij allerlei projecten en onderzoeken waaruit blijkt dat je eten en drinken op een positieve manier kunt inzetten bij kwetsbare mensen. Dit boek is een verzameling van alle informatie hierover, waardoor het voor zorginstellingen, maar ook individuele personen, gemakkelijker wordt om het toe te passen.”

Welke aspecten zijn daarin belangrijk?
“Naast nutriëntenwaarde kan eten en drinken nog veel meer meerwaarde hebben als het wordt gebruikt om kwetsbare mensen actief te laten zijn en ze de regie over hun eigen leven te laten behouden. Eten en drinken is dan een middel om mensen meer te laten bewegen, meer sociale contacten te hebben, buiten te komen, dagritme te houden, vaardigheden te blijven oefenen, bij te dragen aan het eigen leven en dat van anderen, et cetera. Hierdoor hebben ze een betere kwaliteit van leven en blijven ze fysiek en mentaal fitter, wat hun gezondheid ten goede komt. Ook blijven ze beter eten, wat ongewenst gewichtsverlies kan voorkomen. Uiteindelijk betekent dit dat er minder zorg nodig is of dat deze zorg pas later ingezet hoeft te worden, wat de zorgkosten drukt.”

 


attachment-Phyllis-den-Brok2


In veel gevallen worden taken te snel overgenomen of hebben cliënten geen verantwoordelijkheid in het gehele proces van eten en drinken

-Phyllis den Brok


 

Het boek heeft als titel ‘Meer eten, minder zorg’. Wat bedoel je daarmee?
“Hiermee bedoel ik vooral dat er meer aandacht, tijd én prioriteit aan eten en drinken gegeven moet worden bij kwetsbare mensen. Dit kan bijvoorbeeld door de organisatie en uitvoer rondom eten méér bij de cliënt te leggen, al dan niet aangepast aan de mogelijkheden van de betreffende persoon. Het ‘minder zorg’ slaat op het feit dat zorginstellingen mijns inziens cliënten nog teveel werk uit handen nemen, terwijl de meeste cliënten zoveel meer zelf kunnen dan ze nu doen.”

Is dit een voorbeeld dat terugkomt in het boek?
“Ja, in het boek staan een groot aantal praktijkvoorbeelden waarin, naast een beschrijving van de huidige werkwijze, ook staat aangegeven hoe het anders kan, in bovenstaand voorbeeld bijvoorbeeld een ‘activerende eetclub’. Tevens geeft het boek voorbeelden van een werkwijze en een stappenplan, zodat iedereen het kan toepassen. Hierbij komen diverse doelgroepen aan bod zoals ouderen, mensen met een (verstandelijke) beperking, kwetsbare gezinnen, mensen met beginnende dementie, et cetera. Tot slot geeft het boek een overzicht in wat deze wijze van werken oplevert, zowel in kwalitatieve zin als financieel.”

Is het makkelijk om deze verandering in werkwijze door te voeren?
“Uiteindelijk vraagt het om een veranderende mindset. Mensen en organisaties moeten leren zien dat meer zelf doen je iets goeds oplevert en dat je daarbij uit moet gaan van de mogelijkheden, niet van wat iemand niet kan. Dit vraagt ook om een andere manier van ondersteunen – met andere kennis en vaardigheden – en een andere manier van organiseren en financieren. Om dit te kunnen bereiken zijn alle stakeholders nodig: de kwetsbare persoon zelf, mantelzorgers, managers, professionals, bestuurders in de zorg, zorgverzekeraars en (lokale) overheden. Alle betrokkenen zullen hierin een rol moeten spelen.”

Phyllis den Brok heeft ruim tien jaar ervaring in de zorg als manager op het gebied van eten en drinken, zowel binnen de ouderenzorg als de gehandicaptenzorg. Sinds 2008 heeft ze haar eigen bedrijf Phliss. Ze adviseert zorginstellingen en verzorgt implementaties op het gebied van eten en drinken, zowel intramuraal als in de wijk.

Kijk voor meer informatie op: meeretenminderzorg.nl / phliss.nl


>LEESTIP: Kookstapp vergroot zelfredzaamheid van NAH-patiënten


 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels