artikel

Kleinschalig wonen: hoe zorg je voor kwaliteit van leven?

Beleid

Kleinschalig wonen is aan een opmars bezig in de zorg. Maar wat betekent deze woonvorm voor de kwaliteit van leven van bewoners? En hoe kunnen zorgorganisaties, medewerkers, leveranciers en andere betrokkenen de bewoners hiertoe optimaal van dienst zijn? “Kleinschalig werken heeft de toekomst.” In dit artikel het hoe, wat & waarom van kleinschalig wonen.

Kleinschalig wonen: hoe zorg je voor kwaliteit van leven?

Volgens branchevereniging ActiZ zijn er in Nederland 396 organisaties die kleinschalig wonen aanbieden. Het populaire zorgwoonconcept ontstond in Nederland zo’n dertig jaar geleden, waarbij de nadruk kwam te liggen op een huiselijke woonomgeving voor ouderen. In een kleinschalige woonvorm voert een kleine groep bewoners – van vaak zes tot acht mensen – samen een huishouden, met ondersteuning van zorgmedewerkers, vrijwilligers en familieleden. Kleinschalig wonen kent vele vormen; zo zijn er woongroepen voor mensen met dementie, een verstandelijke, psychiatrische of fysieke beperking.

huiselijke sfeer

1. Kleinschalig wonen: wat is dat?

Kleinschalig wonen = huiselijke sfeer

Een veel geprezen eigenschap van kleinschalig wonen is de huiselijkheid die voor de kleine woongroep gerealiseerd kan worden. Zorgorganisaties creëren deze huiselijke sfeer elk op hun eigen manier. Bij zorginstelling Amsta in Amsterdam begint het nabootsen van de huiselijke sfeer al aan de buitenkant van het gebouw.“Het gebouw ziet eruit als een normaal huis en gaat op in de omgeving”, zegt locatiemanager Jeanette Hoek. De huiselijkheid is bij Amsta verder terug te zien in de aanwezigheid van huisdieren in een aantal woningen.

Rivas speelt in op gewoonten van bewoners

Kleinschalig wonen is volgens Lilian Bouman van Rivas Zorggroep de ideale plek om rekening te houden met specifieke gewoonten van bewoners: “Kleinschalig wonen geeft handvatten om meer persoonlijk contact te maken.” In het programma Gewoontegetrouw wordt bij Rivas Zorggroep de focus gelegd op het behouden van de gewoonten van de bewoners. Het programma moet een verdiepingsslag in de kleinschalige zorg teweeg brengen, en het welbevinden van de bewoners vergroten. De zorggroep begon een half jaar geleden met het traject, dat ervan uitgaat dat mensen met beschadigde hersenen baat hebben bij het behouden van hun gewoonten.

> Lees ook KSW bij Amsta: leven zoals thuis



Kleinschalig wonen geeft handvatten om meer persoonlijk contact te maken

Lilian Bouman van Rivas Zorggroep


Medewerkers vaker in systeemwereld dan in leefwereld

Tijdens een oefening in het traject bij Rivas werd duidelijk dat veel medewerkers, tegen eigen verwachting in, toch meer in de systeemwereld leven (die focust op wat je doet) dan in de leefwereld (die focust op hoe je iets doet). Bouman vertelt dat zorgmedewerkers vaak de hele dag bezig zijn met het afwerken van lijstjes, en zich te weinig concentreren op het echt contact maken met bewoners.
Nu ze zich hier bewust van zijn, is het aan de medewerkers om momenten op de dag te kiezen waarop ze ‘aan staan’. Op die momenten is er bewust aandacht voor de bewoner, en wordt er rekening gehouden met specifieke wensen. Het komende half jaar onderzoekt Rivas Zorggroep verder hoe rekening te houden met de gewoonten van bewoners.

> Lees ook Kleinschalig wonen bij Rivas: inspelen op gewoonten

gezelligheid

Park Boswijk won Gastvrijheidszorg met Sterren in 2015

Bij Park Boswijk in Vught, winnaar van Gastvrijheidszorg met Sterren 2015, worden de dementerende bewoners ingedeeld in een van de vijf verschillende leefsferen, die het best aansluit bij de achtergrond en wensen van de bewoner. Bewoners kunnen kiezen uit een dorpse en een stadse groep, een middenstandsgroep, overheidsgroep, en de welstanders.

“De sfeer in de woningen is heel verschillend, wat wordt bereikt door bijvoorbeeld de muziek, aankleding of de wijze van tafel dekken”, vertelt teamcoach Angela van Hemert tijdens het door Gastvrije Zorg georganiseerde symposium over kleinschalig wonen. Van Hemert: “In de praktijk komt het erop neer dat de bewoners van de welstandsgroep een glaasje wijn bij de maaltijd drinken en dat de dorpse groep een bakkie koffie pakt.” De leefsferen moeten ervoor zorgen dat mensen die gelijkgestemd zijn bij elkaar wonen op de manier die ze van huis uit gewend zijn.

‘We vervuilen de leefsfeer niet’

Voor elke leefsfeer is een aparte wachtlijst. Een professional maakt een inschatting van de leefsfeer waar degene het beste past en daar gaan ze vervolgens kijken. Bijna altijd blijkt de inschatting juist. Van Hemert: “Maar ook binnen dezelfde leefsfeer zijn verschillen. We hebben twee groepen ‘notabelen’ (leefsfeer Welstand, red.) die toch verschillend zijn.

De wachtlijst kan oplopen tot ruim een jaar. “Dat is wel lang”, erkent Van Hemert. “Maar een dorpse bewoner in een stadse leefsfeer, dat zou mis gaan. We gaan de leefsferen niet vervuilen.”

KSW1shutterstock

2. Kleinschalig wonen & de maaltijd

Het kleinschalig wonen biedt de mogelijkheid bewoners te betrekken bij het bereiden van de maaltijd; een belangrijk moment voor veel bewoners. Ook op dit gebied variëren zorgorganisaties in hun aanpak. Bij het kleinschalig woonproject De Koekoek van ouderenzorgzorgorganisatie QuaRijn worden de dementerende bewoners actief betrokken bij het koken.

De open keuken in de zes woningen in Veenendaal lokt mensen uit om daar wat te rommelen of mee te helpen met boontjes doppen. “Ze zijn vaak in de weer met kopjes en schoteltjes. Als er ook in een pan wordt geroerd, zijn we al heel blij”, zegt de teammanager Ilona Wijnsma. Bij Amsta in Amsterdam begint het nabootsen van een thuissituatie rond de maaltijd al bij de inkoop: de boodschappen voor het huishouden worden hier op de lokale Dappermarkt gedaan.

> Lees ook ‘We moesten opnieuw leren koken’



Als bewoners in een pan roeren, zijn we al heel blij

Ilona Wijnsma van ouderenzorgorganisatie QuaRijn


Bewoners eten in het restaurant of eigen woning

De bewoners van de 34 kleinschalige woningen van verpleeghuis Bruggerbosch kunnen zowel in het restaurant eten, als in de eigen woning koken. Broodmaaltijden worden hier in de woningen gegeten, waar de broodkar twee keer per dag langsrijdt.

De warme maaltijd wordt in de middag en de avond in het eigen restaurant De Proeverij geserveerd. Daarnaast kunnen bewoners ook op de eigen unit koken. “Ze ‘kopen’ de ingrediënten bij ons in de keuken, waar ze ook de ‘boodschappen’ komen doen”, legt manager voeding Riny van Soest uit.

hygiëne kleinschalig wonen

3. Hygiëne & kleinschalig wonen

Veel zorginstellingen met kleinschalig wonen zijn nog bezig met de vraag: Op welke wijze zijn de hygiëneregels in het huiselijke karakter van kleinschalige zorg nu wel of niet van toepassing? Reden voor het ministerie van VWS om HACCP onderdeel te maken van het programma ‘Waardigheid en Trots’. De aangepaste hygiënecode voor kleinschalig wonen werd op 4 juli gepresenteerd.

Samen met een zestal zorginstellingen, Ministerie van VWS, NVWA en het Voedingscentrum is gekeken waar knelpunten voor de juiste toepassing van de hygiëneregels liggen. De definitie van een woonvorm is in de vernieuwde hygiënecode bijvoorbeeld verruimd. De mate van zelfredzaamheid, zoals het zelf kunnen aankleden, is geen voorwaarde meer voor het toepassen van de Hygiënecode woonvormen.

> Lees ook Woonvormen: tips om vernieuwde hygiënecode te volgen 

leveranciers kleinschalig wonen

4. Leveranciers & kleinschalig wonen

Voor leveranciers heeft de opkomst van kleinschalig wonen grote gevolgen. De fijnmazige distributie, inkoop door verzorgenden, kleinere verpakkingseenheden, concurrentie van retail, kennisbehoefte bij medewerkers en vrijwilligers etc. vergen een specifieke aanpak van dit zorgsegment. Ook bij kleinschalig wonen verwacht de zorginstelling een leverancier als partner, die niet alleen producten levert maar ook ondersteuning biedt en ontzorgt. Zo ontwikkelen bedrijven websites en applicaties voor medewerkers in kleinschalige zorg, met onder meer een bestelmodule, productinformatie, recepten, video-instructies of een budgettool.
technologie kleinschalig wonen

5. Technologie op kleinschalig wonen

Domotica veroveren een steeds prominentere plaats binnen zorginstellingen, maar hoe kan dit verder gebruikt worden binnen het kleinschalig wonen? Elles Gyaltsen-Lohuis, onderzoeker aan hogeschool Windesheim, keek naar de werking en implementatie van een nieuw zorgdomoticasysteem bij Norschoten in Barneveld. In het complete domoticasysteem dat ’s nachts in werking treedt, krijgt de verzorgende op de mobiele telefoon een signaal binnen als sensoren in de kamers van de dementerende cliënt verdachte bewegingen of geluiden detecteren.

Domotica biedt nieuwe werkwijze voor verzorgenden

Via de smartphone of laptop kunnen de medewerkers nu live volgen wat er in de kamer van een cliënt gebeurt met behulp van de daar geplaatste camera’s en microfoons. Daarnaast geven sensoren een signaal door aan de verzorgenden wanneer wordt gedetecteerd dat de cliënt uit bed is gestapt.

Veiligheid waarborgen: vijf nachtelijke bezoeken

Om de veiligheid van de cliënt te waarborgen, bracht de verzorger de cliënt voorheen wel vijf nachtelijke bezoeken. “Iemand met dementie slaapt heel licht, dus als iemand de kamer binnenkwam, werden ze wakker”, zegt Gyaltsen-LohuisOok als de cliënt ‘s nachts even in een stoel ging zitten, werd de verzorger er door de uitluistercentrale op afgestuurd. Nu ziet de verzorger op het camerabeeld dat de cliënt gewoon even in een stoel zit en wordt de cliënt verder niet gestoord. Hierdoor merkte de verzorger dat de ouderen overdag beter uitgerust en gehumeurd waren.

> Lees ook Ouderen blij met robots tot op zekere hoogte

zelfsturende teams kleinschalig wonen

6. Zelfsturende teams & kleinschalig wonen

Het kleinschalig wonen betekent voor zorgorganisaties in sommige gevallen ook dat de zorgteams een stuk zelfstandiger moeten werken, in zelforganiserende of zelfsturende teams. Jan Jans, facilitair manager van Beweging 3.0 in Amersfoort herkent het zelfstandig werken in de vier verpleeghuizen met zestig kleinschalige woonvormen, en ziet er nieuwe kansen in.


TIP: download de gratis whitepaper Kleinschalig wonen en de impact op de organisatie


“Op de woonvormen werken zelfsturende teams. Ze moeten zichzelf bedruipen, de boodschappen doen, de schoonmaak, de was. De boodschappen kunnen online worden besteld bij Zorgboodschap. Onze facilitaire mensen – koks, schoonmakers – kunnen een toegevoegde waarde hebben in die woongroep. Ze zullen ook zorgtaken moeten aanleren en goed moeten communiceren met de familie. Daarvoor krijgen ze een training op onze eigen Zorgacademie. Omgekeerd moeten zorgmedewerkers ook ondersteunende taken gaan verrichten. De scheidslijn tussen zorg en facilitair valt binnen die woongroepen grotendeels weg. Dat kan een mooie kruisbestuiving geven.”

beleid kleinschalig wonen

7. Beleid op kleinschalig wonen

Kleinschalig wonen wordt de toekomst in de zorg, zegt Martin van Rijn in een interview met Zorginstellingen. De afgelopen decennia zijn we gewend om langdurige zorg grootschalig te organiseren”, zegt hij. “Met grote gebouwen, grote organisaties, veel managementlagen, eigen administratie en met management dat de werkvloer niet opkomt of medewerkers die onvoldoende vrijheid voelen om in het belang van cliënten te handelen.”

‘Het wordt een gevecht om een cultuur te krijgen die de persoon centraal stelt’

Het wordt een heel gevecht om een cultuur te krijgen waarin de persoon centraal staat en vooral dat er wordt samengewerkt tussen professionele zorg, de cliënten en hun verwanten, stelt de staatssecretaris. Van Rijn: “Zeer opvallend is dat instellingen met een goede samenwerking tussen formele en informele zorg, goed scoren op de kwaliteit van leven. Kleinschalig werken heeft de toekomst. In ieder geval kleinschalig organiseren, soms ook kleinschalige organisatie. Dat hoeft niet per se, want er zijn ook grote instellingen die het kleinschalig organiseren.”

Verpleeghuis wordt terminale fase

Adviseur van VWS, Jan Verschuren, is eveneens stellig overtuigd dat kleinschalig wonen van groeiend belang zal zijn, zo liet hij op het symposium Focus op Kleinschalig wonen weten. Verschuren geeft aan dat de levensverwachting in het verpleeghuis de laatste jaren sterk is teruggelopen.

> Lees alle berichten over kwaliteit in de ouderenzorg in ons dossier


Ik denk dat het verpleeghuis een soort terminale fase wordt

Jan Verschuren, adviseur van VWS


“Voorheen was de levensverwachting in het verpleeghuis nog drie tot vier jaar, de laatste jaren is de verwachting slechts minder dan een jaar. Ik denk dat de levensverwachting nog verder zal dalen en het verpleeghuis een soort terminale fase wordt, waar je vanuit het kleinschalig wonen naartoe verhuist. De fase tussen het thuis wonen met zorg en het wonen in een verpleeghuis, wordt straks opgevuld door kleinschalig wonen”, voorspelt de adviseur.

> Al het nieuws en achtergronden over gastvrijheidszorg bij kleinschalig wonen vindt u op de dossierpagina Kleinschalig wonen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels