artikel

Henk Nies: ‘Incident is pas relevant als het een trend is’

Beleid

“Ik zou de politiek willen oproepen niet te reageren op incidenten”, betoogt Henk Nies, bestuurder bij kenniscentrum
Vilans en bijzonder hoogleraar Organisatie en beleid van zorg bij de VU. “Maak eens een agenda om twintig procent van de regels af te schaffen, en voer pas een nieuwe regel in als er twee zijn afgeschaft.”

Henk Nies: ‘Incident is pas relevant als het een trend is’
Fotografie: Herbert Wiggerman

Dat er in de Tweede Kamer vragen worden gesteld over een plascontract vindt Nies buiten proportie. “Hugo Borst en Carin Gaemers roepen ‘niet politiseren’ en de Kamer politiseert direct. Een incident is pas relevant wanneer het een trend is. Een plascontract is geen trend”, aldus de hoogleraar.

Wat ziet u als grootste uitdagingen voor de kwaliteit van zorg?

“Behalve het voorgaande ook de wijze waarop familieleden en naasten soms omgaan met zorgorganisaties en medewerkers. Die omgang is niet altijd fijn. De bal wordt eenzijdig aan de professionele kant gelegd. Maar het leven is onvolkomen, cliënten zijn niet consistent, familie is het vaak met elkaar oneens, hulpverleners hebben verschillende opvattingen; er is allicht iemand die iets niet goed vindt. Niet om goed te praten waar het mis gaat, maar een instelling is niet alleen maar goed of slecht. Dat geldt voor mensen, maar ook voor zorgorganisaties.”

U was als lid van de Kwaliteitsraad nauw betrokken bij het tot stand komen van het Kwaliteitskader Verpleeghuizen. Leren en verbeteren vormt de rode draad in het kader. Waar zit ‘m dat vooral in?

Het uitgangspunt is niet zozeer dat anderen kunnen controleren hoe goed of slecht iets is, maar hoe je kunt zorgen dat het beter gaat. Dat je naar jouw maat en normen kunt leren, dit vormgeeft met medewerkers en cliënten, en dat je vreemde ogen in je organisatie organiseert voor een frisse blik en verschillende visies. Dat je eens bij anderen kijkt en in gesprek gaat voor reflectie. Dat heeft allemaal te maken met leren en verbeteren.”

Waarom heeft de Kwaliteitsraad niet geëist dat er minimaal twee medewerkers op acht bewoners moeten zijn?

“Wij hebben gekeken naar wat kwalitatief wenselijk is. Een norm van twee op acht veronderstelt dat alle mensen dement zijn en met z’n achten in een groepje zitten. De werkelijkheid is gedifferentieerder. Vandaar dat we zeggen dat zo’n norm niet altijd nodig is en dat er soms meer, soms minder nodig is, afhankelijk van de aandoening of het ziektebeeld. Ons is gevraagd iets te zeggen over kwaliteit, niet over de arbeidsmarkt.”

Hoe moeten verpleeghuizen nu verder met het Kwaliteitskader?

“De uitvoeringsagenda is cruciaal. Ik hoop dat de partijen die dit concretiseren zo wijs zijn om haalbare doelen te formuleren, instrumenten te maken en mechanismen af te spreken. Dat het niet opgetuigd wordt met uitgebreide normen, verantwoordingskaders etc. Die neiging heeft niet zozeer de overheid, als wel het veld en deskundigen zelf. Iedereen met de beste bedoelingen. Ik denk dat iedereen zich er in positieve zin druk om maakt. De IGZ, de beroeps- en de branche­organisaties zijn ermee bezig. Het maakt wat los en het gevoel van urgentie is er.”

Ook vroegen we Henk Nies:

  • Was het Kwaliteitskader een lastige klus om te klaren?
  • Zijn er onderdelen in het kader aangepast na feedback uit de sector?
  • Brancheorganisaties reageerden dat het kader blijft hangen in systeemdenken en administratie. Hebben ze een punt?
  • Het kader biedt ruimte voor een context­gebonden invulling van kwaliteit, zo valt te
    lezen. Wat wordt daarmee bedoeld?

Lees zijn antwoorden in Gastvrije Zorg 2. Vraag een gratis proefnummer aan!

Reageer op dit artikel