artikel

Zorgleefplan: hulpmiddel of obstakel?

Mens & Gedrag

LOC Zeggenschap in zorg heeft in opdracht van het ministerie van VWS onderzocht hoe cliënten eigenaar moeten worden van hun zorgleefplan. De hoofdconclusie is dat cliënten vooral eigenaar zijn van hun eigen leven. Dat is belangrijker dan eigenaar zijn van het zorgleefplan.

Zorgleefplan: hulpmiddel of obstakel?

Het zorgleefplan is ontstaan om de zorg te verbeteren. Het idee was dat cliënten beter konden aangeven wat zij nodig hebben. En zorgverleners beter op de wensen van cliënten konden inspelen. Door het zorgleefplan wisten zij wat de cliënt belangrijk vindt. Het plan was een hulpmiddel bij de overdracht van de ene zorgverlener naar de andere. Het maakte de uitwisseling makkelijker en gestructureerder. Op landelijk niveau spraken de stakeholders af dat de zorgorganisatie het zorgleefplan minimaal twee keer per jaar met de cliënt zou evalueren. Zodat de cliënt een betere positie zou krijgen.

Verplicht instrument

Het belang van het zorgleefplan werd steeds groter. In de kwaliteitsdocumenten van de verschillende zorgsectoren kwam het centraal te staan. Ook de algemene voorwaarden stelden het zorgleefplan verplicht. En er kwam een wettelijke verankering van het zorgleefplan. Met daarbij eisen waar het aan moest voldoen. Zoals de verplichte zorg(leef)planbespreking met de cliënt en/of zijn familie. Er zijn dikke boekwerken gemaakt met modellen zorgleefplannen.
Bijna alle zorgorganisaties werken inmiddels met een zorgleefplan. Zij voldoen daarmee aan de wettelijke eisen. Maar de cliënt krijgt nog lang niet overal de zorg en ondersteuning die bij hem past. De zoektocht is hoe we landelijk kunnen zorgen dat de cliënt een sterkere positie krijgt. Het verbeterprogramma verpleegzorg ‘waardigheid en trots’ zoekt daar ook naar. Eén van de maatregelen in ‘waardigheid en trots’ hierbij is de cliënt eigenaar te maken van zijn zorgleefplan.

Onderzoek

In 2015 heeft LOC in het kader van ‘waardigheid en trots’ onderzoek gedaan naar het zorgleefplan. We hebben onderzocht hoe betrokkenen het huidige zorgleefplan ervaren. We hebben gekeken wat er beter kan in de toekomst. En op welke manier de cliënt eigenaar kan worden van het zorgleefplan. We hebben eerst een uitgebreide literatuurstudie gedaan. Vervolgens zijn onder andere cliënten(raden), mantelzorgers, zorgverleners, leidinggevenden in de zorg, inkopers en toezichthouders betrokken geweest. Ook hebben landelijke organisaties een bijdrage aan het onderzoek geleverd.

Uit de literatuurstudie blijkt dat weinig zorgorganisaties mensen handvatten geven hoe zij zich zelf kunnen voorbereiden op het gesprek over het zorgleefplan. Voor cliënten en familie is het gesprek zelf belangrijker dan de vorm. Daarentegen voeren medewerkers het gesprek over het zorgleefplan meestal aan de hand van een voorgestructureerd formulier. Medewerkers en cliënten constateren dat de afspraken op papier niet altijd overeenkomen met de werkelijk geleverde zorg. Wel zien zij het zorgleefplan als een nuttig instrument om bij onenigheid of onduidelijkheid een gesprek met elkaar te voeren. Het zorgleefplan dient meer doelen en dat is terug te zien in het taalgebruik. Er is vaak sprake van vaktaal. Cliënten en hun naasten snappen daardoor niet wat er staat.

Cliënten(raden)
Bij cliënten is het zorgleefplan nooit erg populair geweest. De cliënten gaven bij de onderzoeken naar klantervaringen steeds aan weinig belang te hechten aan de vragen over het zorgleefplan. En bij een onderzoek van LOC een paar jaar geleden gaven ouderen aan in de praktijk weinig te hebben aan het zorgleefplan. Plan en praktijk bleken te ver uit elkaar te liggen. Daarmee was het zorgleefplan vooral een papieren stuk met procesafspraken. Voor veel ouderen is het belangrijker dat de verzorgende aandacht heeft en vriendelijk is dan de precieze uitvoering van een plan. Cliëntenraden zijn zich niet altijd bewust van hun taak bij het zorgleefplan. Zij kunnen er op toezien dat het zorgleefplan de regie van cliënten daadwerkelijk versterkt.

De meeste zorgverleners vinden het belangrijk dat zij goed onderling kunnen uitwisselen. En zij vinden de relatie met hun cliënten belangrijk. Het zorgleefplan kan daarbij helpen. Maar veel zorgverleners zien een groot verschil tussen theorie en praktijk. Zij ervaren een druk om het zorgleefplan in te vullen. Het lijkt er soms op dat het volledig invullen van het plan belangrijker is dan de werkelijk verleende zorg. Dan is het zorgleefplan een doel op zich geworden in plaats van een hulpmiddel.

Bestuurders en managers voelen zich vaak verplicht uitgebreid volgens vaste formats te documenteren wat de afspraken met de cliënten zijn. En te zorgen dat alle papieren op orde zijn. Als zij dat niet doen kan er bij de zorginkoop een korting op het budget volgen. Of ontstaan er problemen als de Inspectie op bezoek komt. Bij veel bestuurders en managers is het beeld dat de papieren werkelijkheid zwaarder weegt dan wat zij in de praktijk doen. Zij houden daarom goed in de gaten of de medewerkers het zorgleefplan bij alle cliënten volledig en tijdig invullen.

Inkopers zijn op zoek naar handvatten om goede zorg in te kopen. Zij zien het zorgleefplan als een belangrijke manier om te bepalen of de zorg goed is. Op hun websites wijzen de zorgkantoren er op dat cliënten en hun familie hulp kunnen krijgen bij het maken van een zorgleefplan. De Inspectie ziet dat de zorgleefplannen niet altijd overzichtelijk zijn. Plannen, doelen, rapportages en resultaten zijn onvoldoende gekoppeld en de informatie is niet overzichtelijk.

Mens centraal

Tijdens het onderzoek hebben we een bijeenkomst georganiseerd met allerlei betrokkenen. Al pratend was de conclusie dat het zorgleefplan slechts een middel is. Het gaat over het leven van mensen. In de zorg is het belangrijk dat zorgverleners zich verdiepen in het leven van de cliënt. Wie is die persoon? Wat is voor hem of haar van waarde? Wie zijn er belangrijk in het leven? Wat is iemands geschiedenis? Om dat te bereiken is een cultuurverandering nodig. Cliënten en hun naasten moeten meer durven aangeven wat zij belangrijk vinden. Zorgverleners moeten zich meer verdiepen in wie iemand is. En managers, inkopers, toezichthouders en overheden moeten meer durven loslaten. Er is meer ruimte nodig voor cliënten, naasten en zorgverleners om oplossingen te zoeken. Het is daarbij nodig minder vanuit beheersing van risico’s te denken. Zonder cultuurverandering heeft een zorgleefplan weinig toegevoegde waarde.

Verbeteren

Veel verbetermogelijkheden hebben dan ook niet zozeer met het zorgleefplan zelf te maken. Het is vooral belangrijk mensen voor opname in een zorginstelling te helpen verwoorden wat zij belangrijk vinden in hun leven. En wie er in hun leven belangrijk zijn. En daar ook als zorgorganisatie in te investeren. Als iemand in het verpleeghuis woont is de continue dialoog van belang. Bij medewerkers is het van belang te kijken wie goed een dialooggesprek kan voeren. Dat kan niet iedereen. Het is noodzakelijk te investeren in versterking van de competenties van medewerkers op dat gebied. Zorgkantoren, toezichthouders en managers in zorginstellingen moeten vooral ruimte laten voor de cliënt en de zorgprofessional. Vooral door de gesprekken niet te belasten met andere doelen als verantwoording.

Zorgleefplan

In het plan van aanpak kwaliteit verpleeghuiszorg ‘Waardigheid en trots,’ staat dat er een zorgleefplan komt waar cliënten zelf eigenaar van zijn. Hoofdconclusie van het onderzoek is het spanningsveld tussen het eigen plan van de cliënt, de afstemming tussen zorgverleners en de verantwoording aan externe partijen.
In gesprekken met diverse stakeholders is de vraag naar voren gekomen of we die drie doelen wel in één document moeten verenigen. Of moeten we het plan van de cliënt vooral zijn eigen plan laten zijn en blijven? En apart zorgen dat er een laagdrempelige afstemming tussen zorgverleners plaatsvindt. Daarmee is duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Als we willen dat de cliënt zijn eigen plan heeft, dan zullen we de cliënt eenvoudige tools moeten aanreiken om dat eigen plan zelf of met een onafhankelijke cliëntondersteuner te maken. Dat kan door bestaand materiaal aan te passen, zoals een profielposter of een leefplan. De in de Wlz geregelde onafhankelijke cliëntondersteuning kan helpen bij het opstellen van dit plan.

Hoe verder?

De taskforce ‘waardigheid en trots’ heeft deze hoofdconclusie onderschreven. We zullen nu met cliënten, cliëntenraden, zorgverleners, bestuurders en anderen uitwerken wat dat betekent. De uitkomsten daarvan zijn nog niet bekend. Dat kan ook niet, want we moeten zorgen dat we nu met iets komen dat helpt. En niet door cliënten, naasten en medewerkers als een obstakel gevoeld wordt om tot goede zorg te komen. Want uiteindelijk blijft de relatie tussen degene die zorg krijgt en degene die zorg verleent de kern van de zorg. Wat in die relatie gebeurt, bepaalt of mensen de zorg goed vinden. Daarom willen we iets nieuws samen met cliënten, familie en zorgverleners ontwikkelen.

Marthijn Laterveer, coördinator LOC Zeggenschap in zorg

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels