artikel

Kwaliteit van leven dementie: te gast bij de bewoners

Mens & Gedrag

WarmThuis in Noord-Holland werd in december 2016 door ZorgkaartNederland uitgeroepen tot meest cliëntvriendelijke verpleeghuis van Nederland. In de twee kleinschalige woonvoorzieningen voor mensen met dementie staat het gewone leven voorop en wordt het woord ‘zorg’ vermeden. Kwaliteit van leven staat hier centraal. Hans van Amstel, directeur-bestuurder en Anita Steen, woonzorgbegeleider, leggen uit dat het vooral een kwestie van gezond verstand is.

Kwaliteit van leven dementie: te gast bij de bewoners

Is de visie van WarmThuis anders dan van andere ouderenzorgorganisaties? 

Hans van Amstel: “Het grote verschil is dat de visie bij ons ook daadwerkelijk in praktijk wordt gebracht. Veel verpleeghuizen hebben wel een visie op papier staan, maar papier is geduldig. Wij gaan uit van de gehechtheidstheorie van John Bowlby: mensen met dementie komen in een vreemde wereld terecht en gaan op zoek naar iemand die ze kunnen vertrouwen, een gehechtheidspersoon. De medewerkers kunnen deze rol vervullen, ook al zijn ze niet altijd aanwezig. Lichamelijk contact wordt daarbij niet geschuwd; een knuffel, een arm om iemand heen. Verder wordt er zo veel mogelijk gewoon geleefd en komt er om vijf uur een borrel op tafel als daar behoefte aan is. De medewerkers zijn te gast bij de bewoners. Dat betekent: altijd aankloppen voordat je binnenkomt, altijd vragen hoe mensen het graag willen. Het woord zorg wordt bewust vermeden omdat het draait om welzijn: voor elkaar krijgen dat iemand het lekker naar zijn zin heeft.” 

 

Hoe ontstaat er gehechtheid? 

Anita Steen: “Ik ken de ins en outs van alle zes de bewoners op mijn woning. De rol van de familie is daarbij heel belangrijk. Zij kunnen vertellen hoe hun partner, vader of moeder altijd geleefd heeft, wat de rituelen waren. Daarnaast ga ik natuurlijk met de bewoner zelf in gesprek, om het vertrouwen te winnen. Zo weet ik wie er graag gaat fietsen en wie we een plezier doen door mee naar de supermarkt te gaan voor de schimmelkaasjes. Elke dag houden we onze ogen en oren open. In de ochtend vragen we of mensen eerst willen douchen, nog even willen blijven liggen of misschien ontbijt op bed wensen. In een groot verpleeghuis, waarin ik zelf ook gewerkt heb, zit iedereen in een vast stramien. Ik kon door alle regels niet meer doen wat ik graag wilde: ervoor zorgen dat mensen het naar hun zin hebben. Bij WarmThuis kwam ik in een lagere schaal terecht en ik gaf mijn vaste contract op. Maar dat heb ik ervoor over, want ik vind het hier fantastisch.” 

Van Amstel: “We doen alles om de wensen van bewoners te vervullen. Een mooi voorbeeld was een dame met een eigen afdakje waaronder ze kon roken, compleet met een makkelijke stoel en elektrisch kacheltje. Ook zijn huisdieren van harte welkom. In een van de woningen lopen vier poezen rond, dat geeft heel veel gezelligheid.”    

Kwaliteit van leven dementie: geen voedingsbeleid

Wat is jullie beleid qua eten en drinken? 

Van Amstel: “Er is geen voedingsbeleid, ben je gek. Hoe groter de organisatie, hoe meer beleid er nodig is. Wij hoeven ons niet druk te maken over de vraag hoe warm het eten in de kar blijft, want die hebben we niet. De pan gaat in de huiskamerkeuken op het gas en daarna op tafel, net als thuis. De bewoners helpen mee met koken, het is een activiteit die erbij hoort. Hoe ingewikkeld hebben we het met z’n allen niet gemaakt? Er is vaak een soort bovenwereld ontstaan van hotemetoten die niet meer weten waar het eigenlijk om draait.” 

Steen: “Wij overleggen samen met de bewoners elke week wat er op het menu komt. In onze eigen moestuin leert een bewoner mij hoe ik de prei moet oogsten. We zorgen heus wel dat we niet drie dagen achtereen pannenkoeken eten en gebruiken zo min mogelijk potten en blikken. En wij eten zelf altijd mee.” 

 

kwaliteit van leven dementie

Brengt het koken met mensen met dementie geen risico’s met zich mee? 

Steen: “Dat valt erg mee. In al die jaren heb ik één keer meegemaakt dat iemand met een mes stond, maar dat was ook zo weer gesust. Als verzorgende kun je bepaald gedrag voor zijn. Dan zet je misschien het gas even uit en ga je het probleem oplossen. Per bewoner kijken we naar de risico’s. Aan één van hen geef ik geen kokend hete thee, ik doe er wat koud water bij zodat zij zich niet kan verbranden. En we halen ’s nachts de stekkers uit de stopcontacten en zetten het fornuis in de beveiligingsstand. Ook werken we met verschillende kleuren snijplanken en letten we goed op handen wassen voor het koken en eten.”  

Van Amstel: “Wij zitten heel erg aan de gezond verstand-kant. Alles staat heus wel in het hygiëneprotocol, maar in de afgelopen zes jaar is dit waarschijnlijk nog nooit door ons bekeken behalve door leerlingen. Het werkt beter om in alle teamvergaderingen hygiëne op de agenda te zetten en verbeterpunten te bespreken.” 

Steen: “Er is een dame die regelmatig het mes aflikt uit de pot jam en weer terug stopt. Daarom heeft ze haar eigen pot jam waar haar naam op staat. Dan heeft ze toch eigen regie en hoef ik haar niet steeds te corrigeren, want dat is ook erg vervelend.” 

Kwaliteit van leven dementie: niet duurder 

Is deze manier van huiselijk wonen niet duur? 

Van Amstel: “Het kost hier geen cent meer dan in een verpleeghuis. Maar… wij hebben geen keuken, geen receptie, geen financiële administratie, geen personeelszaken, geen beleidsmedewerkers. We houden de overhead zo beperkt mogelijk, met wat ondersteuning van buitenaf, en verder stoppen we het geld in de woonzorgbegeleiders en helpenden. Mijn rol is vooral om te voorkomen dat de regels gaan overheersen en een klimaat te scheppen waarin de woonzorgbegeleiders hun vleugels kunnen uitslaan. Overigens is dat echt niet altijd gemakkelijk. Ook wíj hebben te maken met een beperkte bezetting: op de rustige uren één persoon per woning. De medewerkers moeten dan ware balanskunstenaars zijn. Het is heus niet altijd rozengeur en maneschijn.” 

Steen: “Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat twee bewoners elkaar niet mogen en ruzie maken. Dat proberen wij in de gaten te houden, maar je bent niet altijd in de buurt als je een ander naar het toilet moet brengen.” 

Van Amstel: “Onlangs hadden we bijna een calamiteit. Er staat een hek om het terrein, maar dat gaat op de locatie in Oterleek geregeld open voor auto’s. Daardoor had een bewoner het terrein verlaten en dat is bijna misgegaan. We realiseerden ons dat zij een gps-zendertje bij zich had moeten hebben en daar werken we nu ook mee. We kunnen bijvoorbeeld instellen dat er een signaal wordt afgegeven als iemand verder dan dertig meter weg is. Zo creëren we veiligheid zonder in te boeten op de visie.” 

 

Hoe zorg je dat die visie in de praktijk overeind blijft? 

Van Amstel: “We werken samen met Gerke de Boer, die het e-learningprogramma ‘U woont nu hier’ ontwikkeld heeft. Alle medewerkers doen mee aan die scholing. We moeten elkaar steeds scherp houden, want routine ligt altijd op de loer. Er zijn plannen voor een derde locatie, maar dan nog komen we plaatsen te kort voor onze wachtlijst van momenteel tachtig mensen. Daarom willen we onze visie ook op andere organisaties overbrengen, via scholing, presentaties op congressen, rondleidingen. En samen met de Reigershoeve uit Heemskerk zijn we een film aan het maken over onze werkwijze. Waarom zou het ons wel lukken en anderen niet?” 


‘Kleinschalig wonen heeft de toekomst’

Kleinschalig wonen is aan een opmars bezig in de zorg. Maar wat betekent deze woonvorm voor de kwaliteit van leven van bewoners? En hoe kunnen zorgorganisaties, medewerkers, leveranciers en andere betrokkenen de bewoners hiertoe optimaal van dienst zijn? “Kleinschalig werken heeft de toekomst.” 

> Lees verder Kleinschalig wonen: hoe zorg je voor kwaliteit van leven?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels