Volgende evenement: 27-05-2013: Beurs Beleef Smaak

Is kwaliteit van eten nog wel belangrijk?

 | 26-07-2012

Heeft u het gelezen? In Het Parool stond eind juni een artikel over een smaaktest met de titel: ‘Amsterdamse ziekenhuismaaltijd is vies’. De menu's van het OLVG, BovenIJ, AMC, Lucas Andreas en Slotervaart werden beoordeeld door een panel met John Halvemaan van restaurant Halvemaan (één Michelinster), culinair publicist Janny van der Heijden en kok/journalist Tom Kellerhuis.

Over geen van de ziekenhuizen was het oordeel positief: het OLVG kwam als beste uit de test met een 6,5. Het Lucas Andreas en Slotervaart eindigden onderaan met een 5 en een 5-. Uit ervaring weet ik dat al deze ziekenhuizen ontzettend bezig zijn met de kwaliteit van de maaltijd. Een eerste reactie zou dan ook kunnen zijn dat het niet eerlijk is een ziekenhuismaaltijd te vergelijken met sterrenmaaltijden.

Ik kreeg laatst, via via, een brief van een cliënt in een instelling die zich zeer ernstig zorgen maakt over de kwaliteit van eten en in het bijzonder het verdwijnen van de keuken. Dit soort geluiden kennen we al jaren en ze worden vaak afgedaan als old school. Convenience zorgt voor keuzevrijheid en flexibele consumptietijden. Bovenal is het goedkoper. Ik blijf een beetje in mijn maag zitten met die schijnbare tegenstelling: bedrijven die ontzettend hun best doen om via kant-en-klaar maaltijden de kwaliteit op te schroeven en cliënten die dat niet zo ervaren. Ik stel mezelf de vraag: welke kant zal het de komende jaren opgaan met eten & drinken in de zorg?

Afgelopen zaterdag was ik aan het winkelen in Amersfoort, mijn woonplaats. Aan het einde van de winkelstraat zit Van Gogh, een Vlaams friethuis. Er stond, ondanks dat het al drie uur was, een behoorlijk lange rij. Dat is niet vreemd, want Van Gogh was in de friettest van het AD gekozen tot beste frietkraam van Nederland met een 10. Waarom is dit een 10 waard? Ik zag grote en kleine stukjes, friet met schil, krokante snippers en dikke stukken. Maar bovenal zag ik passie en vakmanschap. Een gemiddelde portie friet is eenheidsworst. Precies even dikke friet, even gaar, zelfde smaak. Dit was een zakje ‘diversiteit’ en ‘passie’.

Dat is denk ik net het verschil. Veel bedrijven doen hun uiterste best om via allerlei protocollen, processen en procedures kwaliteit te standaardiseren. Ze werken aan een constante kwaliteit. Constant wordt dan gedefinieerd als altijd hetzelfde product, dezelfde smaak. Van Gogh werkt ook aan constante kwaliteit. Ze werken aan een constante beleving door juist niet altijd hetzelfde product te leveren.

Waar gaat het naartoe met eten & drinken in de zorg de komende jaren? Natuurlijk is het veel te makkelijk om sterrenchefs de maaltijden te laten beoordelen, zoals in de smaaktest van Het Parool. De budgetten in de zorg zijn dermate laag dat dit geen eerlijke vergelijking is (zie eerdere column). Maar het constant houden van productkwaliteit kost vaak even veel als dat van de beleefde kwaliteit. Het zaterdagse zakje friet leerde mij dat een patatje bij Van Gogh even duur is als de slappe hap van de collega om de hoek. Van Gogh leert ons dat het ook niet het meest relevant is of het product kwalitatief constant is, maar dat het om de beleefde kwaliteit gaat.

Vorig artikel: Volgend artikel: