Volgende evenement: 27-05-2013: Beurs Beleef Smaak

Kleinschalig wonen niet per se beter

11-04-2011

De kwaliteit van leven van ouderen in een kleinschalige woonvorm is niet beter dan in een verpleeghuis.
De kwaliteit van leven is in kleinschalige woonvormen voor demente ouderen niet beter dan in reguliere verpleeghuizen. Neuropsycholoog Hilde Verbeek, die aan de Universiteit Maastricht promoveert op een onderzoek naar woonvormen voor demente ouderen, vindt haar bevindingen opmerkelijk.

“Hoewel het kleinschalig wonen sinds vijf jaar sterk wordt gepropageerd, was nog niet eerder onderzocht of het wel zo veel beter is. Er is op dit moment geen aanleiding om de reguliere verpleeghuiszorg af te schaffen”, stelt de promovenda.

Kleinschalige woonvormen zijn sterk in opkomst. De overheid besteedt tientallen miljoenen aan de bouw en inrichting van zo huiselijk mogelijke gebouwen. In 2010 was al 25 procent van de zorg voor demente ouderen in instellingen in Nederland op deze manier georganiseerd. In Nederland zijn op dit moment ongeveer 235.000 mensen van 65 jaar en ouder die aan dementie lijden. Veruit de meesten van hen wonen nog thuis met mantelzorg. Ongeveer 2,5 procent woont in een van de 480 verpleeghuizen in Nederland of in een van de tientallen kleine woonvormen die als paddenstoelen uit de grond rijzen. Het aantal demente ouderen dat een beroep doet op zorg buitenshuis, zal de komende decennia snel groeien door de vergrijzing, aldus Verbeek.
Volgens Verbeek blijven de bewoners op een kleinschalige woonvorm wat langer actief dan degenen op een verpleegafdeling. Hun onvermijdelijke mentale achteruitgang, gedrag en zorgbehoefte verschillen echter niet. Hun kwaliteit van leven is vergelijkbaar, aldus de promovenda.
Verzorgenden in een klein huis vinden het prettig dat ze zelfstandiger zijn, maar rapporteren ook dat ze de steun van een groep collega’s missen. Ook ontbreekt in de kleinschalige omgeving de ondersteuning van onder meer een geriater, een psycholoog en maatschappelijk werkers, die wel in een verpleeghuis beschikbaar zijn. Volgens Verbeek zijn het vooral de mantelzorgers die voor opname van hun naaste al positief tegenover een kleine voorziening stonden, die een duidelijke voorkeur hebben.

Vorig artikel: Volgend artikel: