Volgende evenement: 27-05-2013: Beurs Beleef Smaak

Lichte daling van ondervoeding in ziekenhuizen en ouderenzorg

04-05-2011

Ondervoeding komt bij 25 tot 40 procent van de ziekenhuispatiënten voor. In verpleeghuizen is 25 procent van de bewoners ondervoed.
Het gaat de goede kant op met het tegengaan van ondervoeding in ziekenhuizen en in de ouderenzorg. De voortdurende aandacht voor het probleem werpt voorzichtig zijn vruchten af; na jaren van stabiele cijfers is bij de laatste meting een lichte daling te zien.

Door alle inzet is de screening op ondervoeding zeker toegenomen, zegt de Stuurgroep Ondervoeding, een groep deskundigen op het gebied van voeding en ondervoeding. Tevreden? “Ja, maar we zijn er nog niet”, benadrukken Anja Evers en Hinke Kruizenga van deze stuurgroep. “We moeten blijven hameren op het vroegtijdig herkennen en adequaat behandelen van ondervoeding. Screenen en wegen blijft belangrijk, evenals een ruime aandacht voor de ambiance rond de maaltijd.”

Voorkomen ondervoeding
Met het voorkomen van ondervoeding zijn veel belangen gediend. Patiënten herstellen sneller, hoeven minder lang in het ziekenhuis te liggen en minder medicijnen te gebruiken als ze een goede voedingstoestand hebben. In de ouderenzorg zijn de vitaliteit en gezondheid van de bewoners beter en de kwaliteit van hun leven hoger. Ziekenhuizen en zorginstellingen hebben ook financiële belangen bij het bestrijden van ondervoeding. Ze besparen kosten doordat de behandelingen effectiever zijn. Met elke dag die een patiënt minder lang in het ziekenhuis hoeft te blijven, wordt een grote besparing bereikt. De extra kosten voor de voeding, bijvoorbeeld voor tussendoortjes, zijn gemakkelijk terugverdiend.

Verontrustende cijfers
Toch is er een ondervoedingsprobleem, al jaren. Bij de LPZ- meting, de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen, komen sinds de start in 2004 jaarlijks verontrustend hoge cijfers naar buiten. Ondervoeding komt bij 25 tot 40 procent van de ziekenhuispatiënten voor. In verpleeghuizen is 25 procent van de bewoners ondervoed en heeft 40 procent een matige voedingstoestand. In de thuiszorg is 15 tot 25 procent ondervoed. In de helft van de gevallen, zowel in ziekenhuizen als in de ouderenzorg, wordt de ondervoeding niet herkend en dus ook niet behandeld. Dit probleem is niet nieuw maar er worden inmiddels wel bescheiden resultaten geboekt. Uit de meest recente LPZ-metingen, uit 2010, blijkt dat er een lichte daling is opgetreden, na jaren van constante cijfers.

Succesje
Volgens Anja Evers en Hinke Kruizenga van de Stuurgroep Ondervoeding is dit succesje te danken aan de voortdurende aandacht die er aan ondervoeding is geschonken. Zo heeft van 2006 tot 2009 meer dan de helft van de ziekenhuizen meegedaan aan het project De implementatie van vroege herkenning en behandeling van ondervoeding in Nederlandse ziekenhuizen, een onderdeel van het programma Sneller Beter van het ministerie van VWS. In zorgcentra is gewerkt met het verbetertraject Eten en Drinken en ook dat heeft voor een dalende lijn gezorgd. Ook de herkenning van ondervoeding is gestegen: van vijftig naar zeventig procent. Nu het project in de ziekenhuizen in juli 2009 officieel is afgerond en ook de verbetertrajecten in zorgcentra voorbij zijn, richt de Stuurgroep Ondervoeding zich nadrukkelijker op de eerstelijns- en de thuiszorg.

Screening
Dat de screening op ondervoeding is toegenomen, is mede te danken aan de screeningslijst die Hinke Kruizenga ontwikkelde: drie vragen waarmee ondervoeding kan worden herkend. Steeds meer ziekenhuizen gebruiken deze SNAQ (Short Nutritional Assessment Questionnaire) en ook verpleeg- en verzorgingshuizen herkennen ondervoeding met de SNAQRC (for Residential Care). Het vragenlijstje is gemakkelijk en snel te gebruiken en er is een behandelplan aan gekoppeld. In sommige ziekenhuizen wordt gescreend met de bewerkelijker MUST-methode (Malnutrition Universal Screening Tool). De verpleegkundige berekent daarbij de Body Mass Index en het percentage gewichtsverlies van de patiënt en ook wordt een ziektefactor toegekend.
Screenen is een belangrijke succesfactor. Uit de projecten blijkt dat minder ondervoeding voorkomt in ziekenhuizen en zorgcentra die onderzoeken of ongewenst gewicht is verloren en zo nodig tijdig aan een behandeling beginnen. De aanbevelingen van Evers en Kruizenga zijn er dan ook op gericht om goed beleid te ontwikkelen voor het beter herkennen en behandelen van ondervoeding. Een goede ambiance rond de maaltijd helpt daar trouwens enorm bij.

Tekst: Carolien Meijer

Dit artikel is eerder verschenen in het tijdschrift Gastvrije Zorg

Vorig artikel: Volgend artikel: